3. om... te

Complète le texte avec les bons auxiliaires "hebben" ou "zijn"

Ecris tes réponses dans les trous. Quand tu as complété TOUS les trous, clique sur le bouton "Correction"
1. Omer Dalors belt zijn vriendinnetje en nodigt haar uit.
Omer Dalors belt zijn vriendinnetje .

2. Gérard Menfroid gaat naar het centrum en koopt vuurwerken.
Gérard Menfroid gaat naar het centrum .

3. Jean Némarre leert zijn woordenschat, zo behaalt hij mooie resultaten.
Jean Némarre leert zijn woordenschat .

4. Romeo Frigosketapri neemt liever zijn bromfiets, zo komt hij op tijd aan.
Romeo Frigosketapri neemt liever zijn bromfiets .

5. Ik neem de tram en ga naar school.
Ik neem de tram .

6. Louis de Funès luistert naar de radio, zo hoort hij toffe liedjes.
Louis de Funès luistert naar de radio .

7. Ik kijk graag naar een film met ondertiteling, zo kan ik Engels leren spreken.
Ik kijk graag naar een film met ondertiteling .

8. Ted & Bill Ouquoi gaan naar Brussel en bezoeken het Atomium.
Ted & Bill Ouquoi gaan naar Brussel .

9. Roger Pludbièrealamison gaat naar de supermarkt en doet boodschappen.
Roger Pludbièrealamison gaat naar de apotheek .

10. Justinne ptitegoutte belt Sainte-Ursule en ze vraagt inlichtingen.
Justinne ptitegoutte belt Sainte-Ursule .

11. Ik surf op het internets, zo chat ik met mijn vrienden.
Ik surf op het internet .

12. Mijn grootmoeder gaat op ponykamp. Ze houdt van paardrijden !
Mijn grootmoeder gaat op ponykamp .

13. Mijn moeder komt naar huis terug. Ze moet het eten klaarmaken !
Mijn moeder komt naar huis terug .

14. We gaan naar zee. Daar kunnen we zandkastelen bouwen.
We gaan naar zee .

15. Ik ga graag met vakantie : Laat opstaan ! Mmmh !
Ik ga graag met vakantie .

16. Ze zit lekker op een terrasje en drinkt een glas bier.
Ze zit lekker op een terrasje .

17. Meneer Pantazopoulos zwemt elke donderdag, zo is hij fit.
Meneer Pantazopoulos zwemt elke donderdag .

18. Mevrouw Mossel wandelt langs de haven en bekijkt de boten.
Mevrouw Mossel wandelt langs de haven .

19. Mijn vrienden en ik brengen het weekend aan zee door en we zonnebaden.
Mijn vrienden en ik brengen het weekend aan zee door .

20. Ik ga naar het schoolfeest, zo eet ik taartjes en snoepjes.
Ik ga naar het schoolfeest .