9. L'OVT (imparfait) des verbes réguliers

Texte à trous

Ecris tes réponses dans les trous. Quand tu as complété TOUS les trous, clique sur le bouton "Correction"
1. Gisteravond (regenen) het veel !
2. Ik (fietsen) met mijn vrienden naar het zwembad.
3. Mijn moeder, een echte kokkin, (het eten klaarmaken) .
4. Haar zussen (surfen) op het Internet.
5. Je grootmoeder (spelen) online.
6. Meneer Janssens (downloaden) te veel films !
7. Mevrouw Gundes (luisteren) vaak naar muziek !
8. Die meisjes (kennismaken) met elkaar.
9. Annie Mal (praten) lang met haar vriendin.
10. We (wachten) lang op de tram !
11. (zich goed amuseren) ik op school.
12. Mevrouw Rodrigues (opbellen) .
13. Cabu (tekenen) heel goed !
14. Jullie (logeren) in een 3 sterren hotel.
15. Mégane (reizen) altijd met het vliegtuig.
16. De leerlingen (geloven) in spoken !!!
17. Hij (wassen) nooit zijn haar.
18. Toto (leren) niet vaak zijn lessen.
19. Dit meisje (stoppen) te roken.
20. Ik (mijn spreekbeurt voorbereiden) .